April geldt in de wereld van de wintersport als laagseizoen, maar dat is niet per se negatief – zolang je maar weet in welk skigebied je moet zijn. Als je de juiste bestemming kiest, kan een skivakantie in de maand april een aantal enorme voordelen met zich meebrengen.

Wat voor voordelen zijn dat dan? Zolang je met Pasen maar thuis blijft, is het in de lente over het algemeen rustiger op de pistes. Dat betekent dat je minder lang in de rij hoeft te staan bij de skilift, en meer tijd hebt om te skiën! Een skivakantie in de lente is over het algemeen ook beter voor je portemonnee. Skipassen zijn in de maand april over het algemeen goedkoper, en ook wat accommodatie betreft zijn er diverse arrangementen te vinden, want de hotels willen maar wat graag “op de valreep” nog een laatste rits klanten naar binnen halen.

April in de Alpen betekent: prachtige zonnige dagen met warmere temperaturen en skiliften die tot later in de avond geopend zijn. De sneeuwcondities zijn soms niet meer zo geweldig als hartje winter, maar aan de andere kant komt het niet zelden voor dat ook in april nog flink wat verse sneeuw op de pistes komt te liggen. Bovendien is er nog altijd het dikke pak sneeuw dat zich in de loop van de winter heeft opgebouwd.

Het warme zonnige weer is ook ideaal om 's middags op een bergterrasje na te genieten. Je zou 's middags ook eens wat andere activiteiten in de buitenlucht kunnen proberen, zoals (sneeuwschoenwandelen of bergbeklimmen.

Yves Ancrenaz, skileraar en berggids bij de ESF skischool in Chamonix, heeft wat tips voor wintersporters die er in de lente nog op uit willen. “Als je in de lente gaat skiën, ga dan tussen 9 uur 's ochtends en 1 uur 's middags de piste op – dus niet te vroeg om het ijs te vermijden, maar ook niet te laat, zodat je van optimale sneeuwcondities kun genieten. 1 uur is trouwens ook een mooie tijd voor een lekkere middagmaaltijd op een zonnig terrasje – maar vergeet niet een goede zonnebrandcrème te gebruiken!”

Na het skiën genieten van een drankje in de lentezon

Michael Brabin, Senior Product Manager bij Crystal Ski, een vooraanstaande touroperator in het Verenigd Koninkrijk, zegt dat er drie belangrijke dingen zijn om op te letten bij het kiezen van een skibestemming in de lente:

1. Hoogte (hoog, en bij voorbaat met een gletsjer)

2. Een noordelijke breedtegraad (denk bijvoorbeeld aan skigebieden in Noorwegen, Zweden en Finland)

3. Een skigebied dat om zijn hoeveelheid sneeuw bekend staat (of dat nou kunstsneeuw of natuursneeuw is)

“Een skigebied met twee van deze drie eigenschappen is normaal gesproken een geslaagde keuze voor een skitrip in de lente. Een skigebied dat over alle drie deze eigenschappen beschikt is moeilijk te vinden, want normaal gesproken worden de bergen lager naarmate je verder naar het noorden komt. Hoe hoger het skigebied, des te kouder de temperaturen, en des te langer de sneeuw blijft liggen, dus ga voor een skigebied met pistes op 2000 meter hoogte of daarboven, en als het even kan een skigebied met pistes die op het noorden liggen of gletsjers.”

In het Noorse Eresfjord ligt ook halverwege april nog genoeg sneeuw. Foto: Utom Jording

Crystal Ski verraade de Skiinfo-redactie welke skigebieden onder hun klanten in de lente het meest populair zijn. Wij hebben ze voor je op een rijtje gezet en leggen je daarbij ook kort uit waarom dit zulke populaire bestemmingen voor het skiën in de lente zijn.

Tignes (2.100 m) en Val d'Isère (1.850 m)

De Espace Killy blijft tot begin mei geopend. Tignes en Val d'Isère staan hoog op de lijst van skigebieden waar de sneeuwcondities doorgaans ook aan het eind van het seizoen nog goed zijn. Val d'Isère profiteert van op het noorden gelegen pistes, terwijl je in Tignes op grote hoogte kunt skiën op de Grande Motte gletsjer (3.400 m). Hierdoor kan het skigebied negen maanden van het jaar geopend blijven. De in totaal 300 km aan hooggelegen pistes trekken een breed publiek, van gezinnen tot freeriders.

Val Thorens (2.300-3.200 m)

Dit is het hoogst gelegen skigebied in Europa en een van de meest sneeuwzekere skigebieden van het begin van het winterseizoen tot in het begin van de lente. Val Thorens maakt deel uit van het 600 km grote aaneengesloten skigebied Les Trois Vallèes, en het grootste gedeelte van de pistes bevindt zich boven de 2.000 meter. De gletsjer is nog een extra pluspunt. Val Thorens is er zo zeker van goede sneeuwcondities te kunnen bieden dat het skigebied bij het boeken een “sneeuwgarantie” biedt.

St. Anton (1.304-2.450 m)

St. Anton in de Oostenrijkse Arlbergregio heeft een goede reputatie als het om sneeuw gaat. Je kunt hier van eind november tot en met begin mei skiën. Het skigebied heeft veel op het noorden gelegen pistes en ondanks de sterke lentezon blijft de sneeuw hier goed liggen. De op het zuiden gelegen pistes kunnen eventueel met sneeuwkanonnen worden “aangevuld”. In St. Anton vind je fantastische off-piste mogelijkheden en een bruisende après ski. Het skigebied biedt tevens korting op liftpassen aan het begin en het eind van het skiseizoen in het kader van de zogenaamde “Schneekristallwoche”.

Ischgl (1.377-2.872 m)

Ondanks het feit dat Ischgl niet over een gletsjer beschikt, kan het skigebied tot begin mei geopend blijven. Dankzij de hoge ligging – alle pistes (behalve de pistes rondom het dorp) liggen boven de 2.000 meter en op het noorden – zijn de sneeuwcondities hier over het algemeen uitstekend. Ischgl beschikt ook over een van de beste funparken in de Alpen en veel mogelijkheden om off-piste te gaan. Ieder jaar vindt met Pasen het legendaire Top of the Mountain concert vast – het grootste lentefeest in de Alpen.

Ischgl's Top of the Mountain concert

Het Top of the Mountain concert aan het eind van het skiseizoen in Ischgl. Foto: Ischgl.com

Obergurgl (1.930-3.082 m)

Obergurgl is de hoogst gelegen parochie van Oostenrijk. Op de brede pistes kun je ook aan het einde van het seizoen nog prima terecht. Dit is het hoogst gelegen traditionele dorp in Europa, en het buurdorp Hochgurgl ligt nóg hoger. Wie op zoek is naar een pittoresk dorpje en een skigebied met meer dan genoeg sneeuw op de pistes is in Obergurgl op de juiste plaats.

Zermatt (1.620-3.899 m)

In Zermatt vind je de hoogst gelegen skiliften en het grootste gletsjerskigebied van Europa. Zermatt is 365 dagen per jaar geopend. Er zijn maar weinig andere skigebieden zo sneeuwzeker als Zermatt. Het beroemde Zwitserse skigebied heeft zelfs geïnvesteerd in een nieuw besneeuwingsysteem waarbij in een interne kamer bij temperaturen boven het nulpunt kunstsneeuw wordt aangemaakt die vervolgens de piste op gespoten wordt. In de winter is dit niet nodig, maar het skigebied koos ervoor dit systeem te installeren voor het geval er in de zomer niet genoeg natuursneeuw op de gletsjer ligt.

Verbier (1.500-3.330 m)

Dit hooggelegen skigebied staat bekend om de goede sneeuwcondities, ook aan het einde van het seizoen. Ondanks de op het zuiden gelegen pistes kan Verbier ervoor zorgen, door de uitgebreide kunstsneeuwvoorzieningen, dat er een mooi pak sneeuw ligt – ook op de lager gelegen pistes. Op de hoger gelegen pistes van de Mont Fort gletsjer ligt doorgaans voldoende natuursneeuw. 

La Plagne (1.250m) en Les Arcs (2.000 m)

In het Paradiski skigebied vind je uitgebreide mogelijkheden tot 3.250 meter hoogte – alles van mooie met bomen omlijnde afdalingen tot gletsjerskiën boven de wolken. Skiërs kunnen in totaal maar liefst 425 kilometers aan terrein verkennen, maar als je hier in de lente gaat skiën, kies dan wel voor een van de hoger gelegen dorpen in een van deze twee skigebieden, zodat je zowel op de hoger als ook op de lager gelegen pistes terecht kunt.

Les Deux Alpes (1.650-3.568 m)

In Les Deux Alpes vind je een van de grootste gletsjers in Europa, de Glacier du Mantel. Hier kun je tien maanden per jaar terecht voor skiplezier voor elk niveau. Het skigebied biedt 225 km aan piste met in sommige gevallen wel meer dan 2.000 meter hoogteverschil.

Spring skiing on Les Deux Alpes' glacier

Lenteskiën op de gletsjer in Les Deux Alpes