De 20-jarige Maarten Meiners maakt al op jonge leeftijd furore in de skiwereld. Sinds 2008 zit hij bij de Nederlandse selectie. Verleden jaar werd de Naardenaar Nederlands kampioen en eindigde hij twee keer in de top 60 bij het WK in Garmisch-Partenkirchen. Skiinfo maakte een praatje met Maarten over zijn belevenissen dit wedstrijdseizoen en zijn verwachtingen voor de toekomst.

Skiinfo: Hoe ben je in de skisport terecht gekomen?

MM: Het begon met wintersportvakantie met mijn ouders in Zwitserland en eerste skilessen bij Skiclub Wolfskamer in Huizen. Na een paar jaar kwam ik in hun wedstrijdteam terecht. Uiteindelijk ben ik steeds meer gaan trainen, ook in Oostenrijk, en steeds meer wedstrijden gaan skiën. Op mijn dertiende deed ik voor de eerste keer mee aan de Nederlandse kampioenschappen. Ik ben er eigenlijk gewoon ingerold. Ik had vijf jaar geleden absoluut niet gedacht dat ik nu op dit niveau bezig zou zijn.

Skiinfo: Hoe ziet je agenda eruit tijdens het wedstrijdseizoen?

MM: Vandaag was ik in Petzen voor een FIS wedstrijd, gisteren was ik in Kranjska Gora in Slovenië, morgen ski ik nog een wedstrijd in Oostenrijk, en van het weekend ga ik naar Duitsland, naar Garmisch-Partenkirchen. Van hot naar her dus – druk, maar wel heel leuk. Tijdens het wedstrijdseizoen ben ik in totaal maar twee of drie weken in Nederland. De Nederlandse Ski Vereniging heeft een trainingscentrum in Piesendorf, vlakbij Kaprun, dus daar ben ik tussendoor ook veel te vinden.

Skiinfo: Hoe ziet een typische trainingsdag eruit?

MM: Vroeg opstaan – dan zijn de pistes nog leeg, en de sneeuw is beter omdat het dan nog kouder is – ontbijten, en meteen op naar de piste. Een aantal runs, dan een kleine pauze en nog een aantal runs in een ander discipline. Meestal doe je zo'n acht runs op een dag. Na het middageten volgt dan gevarieerde training in kracht, uithoudingsvermogen, snelheid en coördinatie. Voor het avondeten blijft dan nog een beetje tijd over om je ski's te prepareren – slijpen en waxen doe je elke dag.

Skiinfo: Waar ski je het liefste?

MM: Hinterreit, vlakbij Piesendorf, is een van de beste trainingslocaties, omdat de piste daar volledig met water bewerkt wordt en dus echt keihard is. Op normale, niet geslepen ski's glijd je daar in een keer van boven naar beneden, maar voor ons is dat juist heel goed. Als ik zelf op wintersportvakantie zou gaan, zou ik eerder naar een van de grotere skigebieden in Frankrijk gaan, waar je de hele dag kan toeren en ook buiten de pistes veel mogelijkheden zijn. Courchevel of Méribel bijvoorbeeld.

Skiinfo: Je trainer is Harald de Man, zelf een grote naam in de Nederlandse skiwereld. Hoe is het om met hem samen te werken?

MM: Mede door zijn eigen ervaring kan hij dingen goed duidelijk maken aan zijn atleten. Hij heeft veel technische kennis, en blijft zich ook verder ontwikkelen als trainer. Dit is inmiddels het vierde jaar dat ik met Harald train. We kunnen goed met elkaar opschieten, en dat moet ook wel – in principe zie je elkaar, op een paar rustdagen of vrije dagen na, bijna elke dag, dus het is belangrijk dat het goed klikt.

Skiinfo: Heb je wel eens periodes waarin het iets minder goed gaat, en zo ja, hoe ga je daar dan mee om?

MM: Elke sporter heeft wel eens van die periodes. De kunst is vertrouwen te blijven houden, naar voren te kijken en te proberen erachter te komen waarom het wat minder gaat. Uiteindelijk kom je dan toch weer op je pootjes terecht. Net als veel andere topsporters werk ik af en toe ook met een mentale coach. Door zijn hulp besef je vaak sneller wat je kunt veranderen.

Skiinfo: Heb je wel eens ervaring met blessures gehad?

MM: Tot nu toe heb ik nog niet echt grote blessures gehad. Wel af en toe wat kleinere dingetjes – knie- of rugklachten waardoor ik het even wat rustiger aan moest doen. Het is frusterend als je er bij het trainen niet voor de volle honderd procent voor kunt gaan, maar dat hoort er nou eenmaal bij. Vanuit de Nederlandse Ski Vereniging hebben we veel contact met het Sport Medisch Centrum in Amsterdam, en in Oostenrijk hebben we ook bepaalde fysiotherapeuten waar we meteen langs kunnen als er iets is.

Skiinfo: Op wat voor ski's ski je?

MM: Ik ski op het merk Rossignol. Het zijn heel speciale ski's – wel carveski's, zoals waar normale personen ook op skiën, maar deze zijn speciaal voor ons ontwikkeld om ook aan bepaalde regels van de internationale federatie te voldoen. Tijdens het seizoen krijgen we van het race department van Rossignol een aantal keer nieuw ontwikkelde ski's. Je merkt altijd een positief verschil. Soms is het een hele subtiele ontwikkeling, de andere keer is het een groter verschil en duurt het een paar dagen voordat je weer helemaal aan je nieuwe ski's gewend bent.

Skiinfo: Wat was tot nu toe het hoogtepunt in je skicarrière?

MM: Vorige week heb ik de 12e plaats behaald op dewereldkampioenschappen voor junioren op de reuzeslalom.

Skiinfo: Heb je nog andere interesses naast het skiën?

MM: Ik studeer ook Economie en Bedrijfskunde aan de Universiteit van Amsterdam. Daar heb ik een topsportstatus, wat betekent dat mijn studie flexibeler verloopt. Dat is handig, want ik ben natuurlijk veel in het buitenland. In de zomer zeil ik ook graag, en ik fiets ook veel, deels ook om voor het skiën in vorm te blijven.

Skiinfo: Hoe zie jij de verhouding van Nederland met skiën als wedstrijdsport?

MM: In het wedstrijdcircuit geven de landen met de bergen de maatstaf aan. Veel topskiërs komen uit Oostenrijk, Zwitserland, Zweden, enzovoorts – maar Nederland ligt eigenlijk direct daarachter. Met name in de junioren hebben we echt een goed team. Aandacht voor wintersport op topniveau is er in de Nederlandse media nog niet zo veel in vergelijking met bijvoorbeeld voetbal, maar ik denk dat dat wel steeds meer komt.

Skiinfo: Wat is je doelstelling voor het komende jaar?
MM:
Volgend jaar wil ik bij het junioren WK de top 10 tot 15 halen. Vorig jaar ben ik bij het WK twee keer in de top 60 geëindigd, en ook dat wil ik verbeteren. De meeste topskiërs zijn tussen de 22 en 36. Ik ben twintig, nog vrij jong – dus ik heb nog best veel te ontwikkelen. Het echte doel is om in 2018 bij de top 30 van de wereld mee te draaien. Het belangrijke ligt vooral in de langere termijn.